ECLI:NL:CRVB:2021:1975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 39,48% bij migrainepatiënte
Appellante, werkzaam als personal assistent, heeft sinds januari 2016 lichamelijke klachten en vroeg in 2018 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 46,35%, later bij bezwaar en beroep op 39,48%, rekening houdend met migraineklachten en medicatiegebruik. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit onzorgvuldig was, onvoldoende gemotiveerd en dat haar beperkingen, waaronder migraineaanvallen met bijwerkingen, niet juist waren meegewogen. Het UWV verdedigde de eerdere vaststelling en motivering.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende inzicht en motivatie boden, waaronder de effectiviteit van de medicatie Rizatriptan en de bijwerkingen zoals vermoeidheid. Appellante bracht geen concrete objectieve gegevens die haar stellingen ondersteunden. Ook de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd, werd door de Raad bevestigd.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 39,48% arbeidsongeschiktheid door het UWV.