ECLI:NL:CRVB:2021:1978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WIA-uitkering bij psychische klachten
Appellant, die zich ziek meldde met fysieke en psychische klachten, vorderde een WIA-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende medisch onderzoek, maar liet de rechtsgevolgen in stand na aanvullend onderzoek. De verzekeringsarts concludeerde dat de psychische beperkingen sinds 2016 niet waren toegenomen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de psychische beperkingen wel degelijk waren toegenomen op basis van diagnoses van PsyQ, maar de Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts. De Raad oordeelde dat de medische stukken geen gewijzigde situatie lieten zien die tot verdere beperkingen leidt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak en wijst het hoger beroep af.