Uitspraak
19.4865 PW-PV
BESLISSING
aanhaar ouders.
.Appellante kan aan een in het
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving maandelijks rente-inkomsten van €53,50 uit een lening aan haar ouders. Bij een aanvraag om bijzondere bijstand was dit gemeld, maar het college had dit destijds niet onderkend en ten onrechte geen rekening gehouden met deze inkomsten.
Het college besloot daarom de bijstand vanaf 1 juni 2018 te herzien door de rente-inkomsten in mindering te brengen. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd afgewezen door de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de rente-inkomsten als inkomsten uit vermogen volgens de Participatiewet in mindering mogen worden gebracht en dat appellante geen rechtens te honoreren vertrouwen kon ontlenen aan de eerdere fout van het college.
In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat het college vanwege de financiële consequenties van de inhouding had moeten afzien van de herziening. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen sprake van onaanvaardbare financiële gevolgen die een individuele afweging rechtvaardigen, en het college had correct gehandeld binnen het wettelijke kader.
Uitkomst: De herziening van de bijstand waarbij rente-inkomsten in mindering zijn gebracht wordt bevestigd.