ECLI:NL:CRVB:2021:2040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terug te komen van eerdere Wajong-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV in 2007 en 2010 de aanvragen afwees wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid op jonge leeftijd. In 2017 verzocht appellant het UWV om terug te komen op deze besluiten, onderbouwd met nieuw psychologisch onderzoek en medische rapporten.
Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die rechtvaardigden om de eerdere besluiten te herzien. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de aangevoerde medische informatie reeds bekend was of geen betrekking had op de situatie op achttienjarige leeftijd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV terecht had gehandeld volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vond geen aanleiding het besluit als evident onredelijk te bestempelen en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op eerdere Wajong-besluiten wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.