ECLI:NL:CRVB:2021:2051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenvergoeding
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure benoemde de Raad een deskundige die een rapport uitbracht. Vervolgens nam het UWV op 31 maart 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV, nu het volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen, veroordeeld kon worden tot vergoeding van de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten. De proceskosten werden begroot op € 4.252,92, inclusief vergoeding voor de werkzaamheden van een deskundige. De vergoeding van het griffierecht werd aan appellant rechtstreeks toegekend.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 4.252,92 aan proceskosten aan appellant.