Uitspraak
19.1351 ANW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat haar echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Na eerdere procedures en bezwaar werd dit besluit bevestigd door de rechtbank en vervolgens in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die aanleiding zouden geven om terug te komen op het eerdere besluit. Ook werd bevestigd dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW en evenmin voor een Marokkaanse wettelijke regeling, waardoor geen recht op uitkering bestaat.
De Raad benadrukte het onderscheid tussen toetsing van het verleden en de toekomst bij duuraanspraken en concludeerde dat de weigering om een nabestaandenuitkering toe te kennen voor de toekomst terecht is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door C.H. Bangma en uitgesproken op 12 augustus 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de nabestaandenuitkering bevestigd.