ECLI:NL:HR:2022:222
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in het buitenland, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet betaald binnen deze termijn.
Hierop heeft de griffier belanghebbende opnieuw aangeschreven, waarbij zij werd verzocht om een verklaring voor het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Belanghebbende reageerde met een verzoek om ontheffing van betaling, waarbij zij mogelijk een beroep deed op betalingsonmacht. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende niet tijdig heeft aangetoond te voldoen aan de criteria voor betalingsonmacht zoals neergelegd in eerdere jurisprudentie.
Daarmee is belanghebbende in verzuim gebleven, en moet het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.