ECLI:NL:CRVB:2021:2069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen heeft appellant het griffierecht niet tijdig voldaan.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het griffierecht verschuldigd bij het instellen van hoger beroep. Het niet tijdig betalen van het griffierecht leidt ertoe dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Raad heeft vastgesteld dat appellant in verzuim is geweest en dat er geen reden is om het verzuim te vergoelijken.
De Raad heeft daarom zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep besloten tot niet-ontvankelijkheid. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken op 12 augustus 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.