ECLI:NL:CRVB:2021:2078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn kinderbijslag
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 2 mei 2017, waarin werd bepaald dat hij vanaf het derde kwartaal van 2017 geen recht meer heeft op kinderbijslag. Dit bezwaar werd ingediend op 12 september 2018, ruim na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken die op 13 juni 2017 eindigde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen gegronde redenen had gegeven voor de late indiening van het bezwaar. Appellant stelde in hoger beroep opnieuw dat hem een positief besluit moet worden toegekend, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat het besluit van 2 mei 2017 rechtsgeldig was toegezonden en dat appellant niet had gemeld dit niet te hebben ontvangen. De overschrijding van de bezwaartermijn was daarom niet verschoonbaar. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier M. Stumpel, op 29 juli 2021.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot opschorting van kinderbijslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.