ECLI:NL:CRVB:2021:209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verstrekking maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden categorie 2 toegewezen
Appellant, geboren in 1968 en beperkt in het verrichten van huishoudelijk werk, had een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden (HH) ontvangen. Na een besluit van 13 juni 2016 werd hem een HH1-voorziening toegekend, waarbij het college stelde dat appellant de regie over het huishouden kon voeren. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en het college handhaafde het besluit op 17 november 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuwe beslissing op bezwaar nam op 19 december 2017. Dit besluit breidde de maatwerkvoorziening uit, maar pas vanaf die datum. Appellant stelde dat de uitbreiding eerder had moeten ingaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet in staat is de regie over het huishouden te voeren en daarom aanspraak maakt op een HH2-voorziening. Tevens stelt de Raad vast dat het college ten onrechte de uitbreiding pas vanaf 19 december 2017 heeft toegekend en dat dit vanaf 23 mei 2016 had moeten gelden. De Raad vernietigt het besluit van 19 december 2017, herroept het besluit van 13 juni 2016 en bepaalt dat appellant voor de periode van 23 mei 2016 tot en met 20 mei 2018 een HH2-voorziening van 10 uur en 15 minuten per week ontvangt. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt vanaf 23 mei 2016 een maatwerkvoorziening HH2 van 10 uur en 15 minuten per week toegekend.