ECLI:NL:CRVB:2021:214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens de Algemene wet bestuursrecht dient bij het indienen van een beroepschrift een griffierecht te worden betaald. Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en de termijn waarbinnen dit moest gebeuren.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2021. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.