ECLI:NL:CRVB:2021:2151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak over AOW-leeftijdsverhoging
Verzoeker heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 januari 2020, waarin de verhoging van de AOW-leeftijd werd bevestigd. Verzoeker stelde dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat hij hierdoor materiële en immateriële schade leed.
De Raad heeft beoordeeld dat herziening alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, maar bij verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan deze criteria voldoen.
Daarmee beoogt verzoeker feitelijk een hernieuwde discussie over de eerdere uitspraak, hetgeen niet is toegestaan onder de strikte voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro. De Raad concludeert daarom dat het verzoek tot herziening moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de AOW-leeftijdsverhoging wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.