Uitspraak
19.5108 WAJONG
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.M.M. Chevalier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
26 augustus 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat haar arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat haar klachten toenemen en dat zij geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen, mede onderbouwd met een indicatie van een wijkverpleegkundige.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht concludeerde dat er behandelmogelijkheden zijn. De aandoeningen van appellante, waaronder ADHD en fibromyalgie, worden als niet progressief beschouwd. De Raad acht het niet aannemelijk dat appellante geen toename van bekwaamheden kan verwachten.
De door appellante overgelegde indicatie van de wijkverpleegkundige ziet niet op de medische situatie op de datum in geschil en leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.