ECLI:NL:CRVB:2021:220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WGA-uitkering met 40,83% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als callcentermedewerker, viel uit wegens psychische klachten en kreeg een herziening van zijn WGA-uitkering vastgesteld op 40,83% arbeidsongeschiktheid door het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek oppervlakkig was en dat het gebruikte CBBS-systeem onvoldoende representatief is. Ook stelde hij dat de functie van voedingsassistent medisch ongeschikt was vanwege medicatiegebruik in de avonduren. Het UWV handhaafde het besluit.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was, alle klachten en medische informatie waren meegewogen, en dat de functie van voedingsassistent passend is omdat deze geen avondwerk vereist. De kritiek op het CBBS-systeem werd verworpen omdat dit systeem door de Raad eerder als rechtens aanvaardbaar is beoordeeld.
Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten waren ingebracht. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WGA-uitkering met 40,83% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.