Uitspraak
19 1174 WAJONG
6 februari 2019, 18/1063 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege een neurologische aandoening, tics en psychische klachten, stellende geen arbeid te kunnen verrichten. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen op grond van medisch en arbeidskundig onderzoek dat voldoende arbeidsvermogen vaststelde. De rechtbank heeft dit standpunt bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij door haar tics en vermoeidheid niet in staat is om ten minste een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar te zijn. Zij vroeg ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad volgde het oordeel van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dat appellante ondanks haar tics en dwanggedachten zelfstandig taken kan uitvoeren binnen een sociale werkomgeving met begeleiding. De tics leiden niet tot substantiële onderbrekingen die het productieproces verstoren. Er is geen medische grond om te concluderen dat zij minder dan vier uur per dag belastbaar is. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens voldoende medisch dossier. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en kende appellante een schadevergoeding toe van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, verdeeld tussen de Staat en het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd wegens voldoende arbeidsvermogen.