ECLI:NL:CRVB:2021:2226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap op zeventiende verjaardag
Appellant, geboren in Turkije en in 1993 in Nederland gevestigd, vroeg in april 2018 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant op zijn zeventiende verjaardag niet in Nederland woonde en dus niet als ingezetene kon worden aangemerkt volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar stelde vast dat appellant niet voldeed aan de AAW-voorwaarden omdat hij op zijn zeventiende verjaardag geen duurzame persoonlijke band met Nederland had. Appellant was pas op twintigjarige leeftijd in Nederland komen wonen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel een duurzame band had, mede door familiecontacten en het verblijf van zijn vader in Nederland, en dat zijn militaire dienst in Turkije de reden was dat hij niet eerder kwam. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om hem als ingezetene aan te merken op zijn zeventiende verjaardag.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand omdat appellant niet verzekerd was op grond van de AAW. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Wajong-uitkering is terecht geweigerd omdat appellant op zijn zeventiende verjaardag geen ingezetene van Nederland was.