ECLI:NL:CRVB:2021:2239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over eigen bijdrage Wlz en bezwaarprocedure
Appellante ontving Wlz-zorg en betaalde een eigen bijdrage die door het CAK was vastgesteld op basis van een schatting van het inkomen over 2016. Zij verzocht om terugbetaling van te veel betaalde eigen bijdrage. CAK stelde dat de eigen bijdrage correct was berekend en wees het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een besluit in de zin van de Awb.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 18 juli 2019 geen besluit was en verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde dat zij niet expliciet hoefde te vermelden dat zij een verzoek tot herziening deed, en dat de rechtbank haar toegang tot de bestuursrechter onterecht had ontzegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellante duidelijker had moeten zijn. De brief van 18 juli 2019 is wel een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, namelijk een afwijzing van het verzoek tot herziening. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van 6 september 2019, verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat CAK de eigen bijdrage correct had vastgesteld. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar ongegrond verklaard.