Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1935 en erkend als vervolgingsslachtoffer, heeft een vergoeding voor een dagdeel huishoudelijke hulp per week toegekend gekregen. In juni 2019 verzocht hij om uitbreiding van deze vergoeding. Verweerder wees dit verzoek op 30 september 2019 af, omdat er geen medische noodzaak voor uitbreiding was vastgesteld.
De Raad beoordeelde het beleid dat personen van 70 jaar of ouder een vergoeding voor twee dagdelen huishoudelijke hulp kunnen krijgen indien zij niet in staat zijn lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten. Uit medisch advies van drie artsen bleek dat appellant ondanks zijn psychische en lichamelijke klachten in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren.
Appellant stelde dat hij niet kon verifiëren welke werkzaamheden hij zou moeten kunnen verrichten, maar de Raad oordeelde dat een specifieke checklist niet vereist is en dat de algemene werkzaamheden zoals afstoffen, afwassen en boodschappen doen voldoende toetsingskader bieden.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de aanvraag tot uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.