ECLI:NL:CRVB:2021:2254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WIA-uitkering bij 80% arbeidsongeschiktheid na herstel arbeidskundige motivering
Een werkneemster, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar een loongerelateerde WIA-uitkering toe, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Appellante, de werkgever, betwistte de arbeidskundige grondslag van dit besluit en stelde dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege een gebrek aan motivering van de arbeidskundige beoordeling, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep heeft het UWV een aanvullend arbeidskundig rapport ingediend dat het gebrek herstelde. De Raad onderschreef de medische beoordeling en vond het nieuwe rapport inzichtelijk en overtuigend.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht uitging van de Functionele Mogelijkhedenlijst van 3 januari 2017 en dat de beoordeling van de re-integratieaanpak niet aan de orde was in deze procedure. Het gebrek aan motivering werd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat belanghebbenden niet benadeeld zijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd na herstel van de arbeidskundige motivering; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.