ECLI:NL:CRVB:2021:2271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-uitkering wegens ontbreken medische beperkingen op 18-jarige leeftijd
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan met een laattijdige aanvraag, waarbij hij stelde sinds zijn zestiende stemmen te horen en daarmee al op zijn achttiende arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant niet had aangetoond dat hij op zijn 18e beperkingen had die een Wajong-uitkering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond, omdat de medische stukken geen bewijs leverden dat appellant op zijn achttiende al symptomen van schizofrenie had. De Raad onderschreef dit oordeel en benadrukte dat de huisarts en psychiater geen diagnose stelden die het standpunt van appellant ondersteunden.
De Raad oordeelde dat het risico van het ontbreken van medische gegevens door het tijdsverloop voor rekening van appellant komt. De eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd terecht vastgesteld op 1 december 2002, de datum van de eerste opname. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dat hij op zijn achttiende arbeidsongeschikt was.