ECLI:NL:CRVB:2021:2274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, laatst werkzaam als productiemedewerker, meldde zich op 14 december 2018 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 16 januari 2019 vast dat appellant geschikt was voor arbeid en beëindigde de Ziektewet-uitkering. Na bezwaar verklaarde het UWV het primaire besluit deels gegrond en herzag het, waarbij appellant vanaf 16 januari 2019 als arbeidsgeschikt werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts een juist beeld had van de gezondheidstoestand van appellant. Medische rapporten na de datum in geschil werden niet als relevant beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad voegde toe dat verlichtende omstandigheden van het werk, zoals rustmomenten, terecht in de beoordeling zijn meegenomen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd per 16 januari 2019.