ECLI:NL:CRVB:2021:231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na eerstejaarsbeoordeling UWV
Appellant, voormalig data-analist, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 30 januari 2018 juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat bepaalde beperkingen niet waren meegenomen, onder meer vanwege burn-outklachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV-onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de aangevoerde nieuwe informatie geen aanleiding geeft tot wijziging van het standpunt. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen reden tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt bevestigd als beëindigd.