ECLI:NL:CRVB:2021:2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring herzieningsverzoek wrakingsbeslissing ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de zittingscombinatie van de Raad van 4 februari 2021. Dit wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Appellante vroeg daarop herziening van deze wrakingsbeslissing, maar de Raad verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het herzieningsverzoek, omdat de wet geen rechtsmiddel tegen wrakingsbeslissingen toestaat.
Appellante maakte bezwaar tegen deze onbevoegdverklaring door verzet in te dienen. Zij voerde procedure- en vormfouten aan en stelde dat het wrakingsverzoek ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Ook verzocht zij om prejudiciële vragen aan het HvJEU over het recht op een eerlijk proces en termijnen.
De Raad overwoog dat het systeem van de wet geen ruimte biedt voor herziening van wrakingsbeslissingen en dat de onpartijdigheid van de rechter alleen in een volgende instantie kan worden betwist. De door appellante aangevoerde gronden rechtvaardigen geen andere beoordeling. Gezien de grote belangen en onvrede van appellante verandert dit niets aan de onbevoegdverklaring. Er is ook geen reden om prejudiciële vragen te stellen.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree in aanwezigheid van griffier E.M. Welling op 10 september 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.