ECLI:NL:CRVB:2021:2329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WAJONG-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een WAJONG-zaak. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De gemachtigde van appellant is bij brief van 19 mei 2021 in de gelegenheid gesteld om dit binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken. Vervolgens is bij aangetekende brief van 21 juni 2021 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en is uitgesproken in het openbaar op 8 september 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.