ECLI:NL:CRVB:2021:2331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens ontbreken verzekering echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2016. Haar echtgenoot had vanaf 1999 een ouderdomspensioen op basis van de Algemene Ouderdomswet, maar was op het moment van overlijden niet verzekerd voor de ANW, noch volgens de Nederlandse noch volgens de Marokkaanse wetgeving.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing en verwierp het beroep van appellante. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel onderschreven.
De Raad benadrukte dat het recht op een nabestaandenuitkering niet volgt uit het ouderdomspensioen en dat de verzekeringsstatus op het moment van overlijden bepalend is. Omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, kon appellante geen aanspraak maken op de uitkering.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW ten tijde van zijn overlijden.