ECLI:NL:CRVB:2021:2332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering op grond van niet-verzekerd zijn voor ANW
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot die in Nederland had gewoond en gewerkt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bevestigd.
De Raad oordeelde dat het feit dat de echtgenoot een AOW-pensioen ontving niet betekent dat appellante aanspraak kan maken op een ANW-uitkering. Belangrijk was dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW, noch verplicht noch vrijwillig, en ook niet volgens de Marokkaanse wetgeving.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de afwijzing van de nabestaandenuitkering en wees proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.