Uitspraak
19.2076 WLZ
OVERWEGINGEN
.De rechtbank heeft hiertoe, voor zover van belang, overwogen dat het zorgkantoor het pgb had moeten vaststellen op het voor 2016 verleende bedrag van € 44.520,-. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade heeft de rechtbank afgewezen, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat appellanten geestelijk letsel hebben ondervonden als gevolg van de besluitvorming van het zorgkantoor.