ECLI:NL:CRVB:2021:235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij terugvordering bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met een terugvordering van €11.386,92 over de periode van november 2016 tot mei 2019. Het college verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Appellant stelde dat zijn begeleidster tijdig telefonisch om uitstel had verzocht en dat er sprake was van een pro forma bezwaar, maar dit kon niet worden bewezen.
De Raad concludeerde dat het bezwaarschrift op 30 oktober 2019 werd ontvangen, terwijl de termijn op 29 oktober 2019 afliep. Er was geen bewijs van een tijdige pro forma indiening of uitstelverzoek. Ook de medische beperkingen en begeleiding van appellant konden de termijnoverschrijding niet rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door P.W. van Straalen op 2 februari 2021.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbare termijnoverschrijding.