ECLI:NL:CRVB:2021:2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 17 juli 2015. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Lelystad een onderzoek naar haar huishoudsituatie. Uit dossieronderzoek, waarnemingen, huisbezoeken en gesprekken bleek dat appellante en X gezamenlijk hun hoofdverblijf hadden op het uitkeringsadres en zorg aan elkaar verleenden.
Hoewel appellante stelde dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde, oordeelde de Raad dat de feiten, waaronder aanwezigheid van persoonlijke spullen van X, zijn registratie bij instanties op het uitkeringsadres en wederzijdse zorg, voldoende bewijs boden. De zorg was niet gelijkwaardig, maar wel wederzijds van voldoende gewicht.
Hierdoor concludeerde de Raad dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door de gezamenlijke huishouding niet te melden. Het college was daarom terecht overgegaan tot intrekking van de bijstand vanaf 1 mei 2017. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.