Uitspraak
20.1372 PW
1 april 2020, 19/4839 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand naast een Ziektewetuitkering en meldde begin maart 2019 dat hij vanaf 1 mei 2019 werkzaamheden zou verrichten. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot in juli 2019 de bijstand met ingang van mei 2019 in te trekken en de te veel ontvangen bijstand terug te vorderen.
Appellant stelde dat het college te traag had gehandeld en dat de terugvordering onredelijk was vanwege zijn financiële situatie. Hij beriep zich op de zes-maandenjurisprudentie, die terugvordering beperkt indien het college niet binnen zes maanden na een signaal actie onderneemt.
De Raad oordeelde dat het college binnen de termijn van zes maanden had gehandeld en dat de terugvordering pas financiële gevolgen heeft bij invordering, waarbij beschermende regels gelden. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.