ECLI:NL:CRVB:2021:2370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking Wlz-indicatie wegens onjuiste beoordelingsgrond
Verzoeker kreeg in 2016 een indicatie voor langdurige zorg (Wlz) toegekend. In 2019 trok het CIZ deze indicatie met een overgangsperiode van drie maanden in, waarna verzoeker bezwaar maakte. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door CIZ, die stelde dat verzoeker niet langer aan de criteria voor 24-uurszorg voldeed op basis van medisch advies.
De rechtbank vernietigde dit besluit en herroept de intrekking, omdat CIZ volgens de rechtbank alleen bevoegd is de indicatie te herzien bij verbetering van de gezondheidssituatie. CIZ ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij de zorgsituatie in zijn geheel mag herbeoordelen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt, verwijst naar eerdere uitspraken waarin het standpunt van CIZ al is afgewezen en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. CIZ wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het hoger beroep van CIZ wordt afgewezen en de vernietiging van de intrekking van de Wlz-indicatie wordt bevestigd.