ECLI:NL:CRVB:2021:2384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bij PTSS-klachten
Appellante, voormalig administratief medewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving diverse uitkeringen op grond van de WIA. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna haar WIA-uitkering werd beëindigd. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar PTSS-klachten meer beperkingen veroorzaakten dan erkend.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapportages, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van oktober 2017, voldoende rekening hielden met haar beperkingen. De verzekeringsarts had de beperkingen gemotiveerd toegelicht en geen aanwijzingen voor toegenomen arbeidsongeschiktheid gevonden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op minder dan 35%. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.