ECLI:NL:CRVB:2021:2390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld vanwege fysieke klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was de voorgestelde functies te verrichten. Zij diende aanvullende medische stukken in. Het UWV handhaafde haar standpunt, gesteund door een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid van de geselecteerde functies. De aanvullende medische stukken gaven geen reden om het oordeel te herzien. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.