ECLI:NL:CRVB:2021:2415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Op grond van de beschikbare gegevens kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was. Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, en uitgesproken in het openbaar op 29 september 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.