ECLI:NL:CRVB:2021:2422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning militair invaliditeitspensioen van 20% ondanks betwisting
Appellant, voormalig militair, diende op 4 september 2017 een aanvraag in voor een militair invaliditeitspensioen (mip) vanwege recidiverend hoofdletsel. De staatssecretaris kende een mip toe van 20% invaliditeit per 1 januari 2017. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit besluit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij werd vastgesteld dat de toegepaste WPC-schaal passend en gemotiveerd was en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat.
In hoger beroep betoogde appellant dat de vaststelling van de invaliditeit onvoldoende rekening hield met fysieke, emotionele en gedragsmatige klachten. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de rapportages van verzekeringsartsen inzichtelijk en concludent waren en dat de staatssecretaris terecht de beperkingen had gewaardeerd. Nieuwe medische stukken uit 2021 toonden geen beperkingen aan op de peildatum van de aanvraag.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af omdat er geen sprake was van een nabetaling. Tevens werd een proceskostenveroordeling afgewezen. De uitspraak werd gedaan door H. Lagas in aanwezigheid van griffier M. Géron op 30 september 2021.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, toekenning militair invaliditeitspensioen van 20% bevestigd, verzoek om schadevergoeding afgewezen.