ECLI:NL:CRVB:2021:2426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 30 november 2018
Appellante, voormalig hairstyliste, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering per 30 november 2018.
Appellante maakte bezwaar en het UWV handhaafde het besluit na aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en verwees naar eerdere medische rapporten over haar psychische aandoeningen. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat er geen nieuwe medische informatie was die de eerdere beoordeling ondermijnt. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Raad onderschreef de arbeidskundige beoordeling en de motivering van het UWV. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering per 30 november 2018 bevestigd.