Uitspraak
19 2402 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant meldde zich in december 2016 en mei 2017 bij het college voor een aanvraag om bijstand, maar het college stelde dat geen aanvraag was ingediend. Het college verleende wel een voorschot in december 2016, maar dit werd niet als een formele aanvraag beschouwd. Appellant stelde dat hij onterecht als dakloze werd aangemerkt en daardoor pas na verblijf in de daklozenopvang een aanvraag kon doen, maar de Raad vond hiervoor geen bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het dwangsombesluit ongegrond. In hoger beroep vernietigde de Raad dit oordeel voor zover het ging om de melding van 9 december 2016 en verklaarde de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van dat beroep.
De Raad benadrukte dat een aanvraag om bijstand schriftelijk moet worden gedaan en dat melding en aanvraag juridisch verschillen. Omdat appellant geen bewijs leverde van een aanvraag, was het college niet gehouden een besluit te nemen. Het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad verklaart dat appellant geen aanvraag heeft ingediend en dat het college niet gehouden was een besluit te nemen, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is.