ECLI:NL:CRVB:2021:2462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht en te laat indienen beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn was betaald, ondanks twee schriftelijke aanmaningen. Daarnaast was het beroepschrift te laat ingediend; de termijn van zes weken begon te lopen na toezending van de uitspraak op 12 oktober 2020 en eindigde op 23 november 2020, terwijl het beroepschrift pas op 29 november 2020 digitaal werd ontvangen.
De Raad heeft appellant verzocht om een verklaring voor de termijnoverschrijding, maar hierop is niet gereageerd. Gezien het ontbreken van tijdige betaling en het te laat indienen van het beroepschrift, is het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier H. Alajai en is uitgesproken op 6 oktober 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.