ECLI:NL:CRVB:2021:2465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij AIO-intrekking
Verzoeker en zijn echtgenote ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Participatiewet. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) schortte deze aanvulling op en trok deze in vanwege het niet overleggen van buitenlandse identificatienummers. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter van de rechtbank wees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht opnieuw om een voorlopige voorziening, stellende dat hij onder het bestaansminimum leeft en dat dit in strijd is met internationale en Europeesrechtelijke verdragen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het feit dat verzoeker een AOW-uitkering ontvangt en onder het bestaansminimum leeft onvoldoende is om een actueel spoedeisend belang aan te nemen. Er was geen zwaarwegend belang dat behandeling van de bodemprocedure niet kon worden afgewacht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 5 oktober 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.