ECLI:NL:CRVB:2021:2493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als verkoopmedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij verdergaande fysieke en psychische beperkingen heeft, waaronder een urenbeperking. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke revalidatiearts als deskundige, die concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden-lijst van 16 september 2016.
De deskundige oordeelde dat de diagnose lumbago correct was en dat de door appellant aangevoerde zwaardere beperkingen onvoldoende medisch waren onderbouwd. De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellant.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.