ECLI:NL:CRVB:2021:2504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsverlening zonder bijzondere omstandigheden
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van de bijstand, die door het college was vastgesteld op 21 februari 2019 en later gewijzigd naar 19 februari 2019. Zij stelde dat zij op 28 november 2018 een aanvraag had ingediend en dat de bijstand daarom vanaf die datum had moeten ingaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet bijstand wordt toegekend vanaf de dag van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden een eerdere datum rechtvaardigen. Appellante heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij in november 2018 contact heeft gehad met het college of een aanvraag heeft ingediend. Het college beschikte over alle beschikbare informatie en er waren geen registraties van contact in die periode.
Daarmee rustte de bewijslast op appellante, die geen begin van bewijs heeft geleverd. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand heeft toegekend met ingang van 19 februari 2019 en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand blijft 19 februari 2019 omdat appellante geen bewijs leverde van een eerdere aanvraag.