ECLI:NL:CRVB:2021:2514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds 2014 en werd na een anonieme melding over zijn verblijf in het buitenland onderzocht door een toezichthouder. Hij werd verzocht bankafschriften en reisdocumenten te overleggen, maar gaf hieraan geen gehoor. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
Appellant diende later een nieuwe aanvraag in, maar leverde wederom niet de gevraagde stukken aan en verscheen niet op meerdere gesprekken. Het college wees de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overweegt dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële en leefsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De aangevoerde nieuwe argumenten in hoger beroep zijn onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de afwijzing van de aanvraag worden bevestigd wegens niet-nakoming van de inlichtingenverplichting.