ECLI:NL:CRVB:2021:252

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
20/2828 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen. Tijdens de procedure nam het college een gewijzigde beslissing op bezwaar waardoor het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college met de gewijzigde beslissing volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellant. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan in dat geval op verzoek van de indiener van het beroepschrift in de proceskosten te veroordelen.

De Raad veroordeelde het college dan ook in de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €1.602,- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep. Voor het betaalde griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het college terecht. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 9 februari 2021.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Groningen is veroordeeld tot betaling van €1.602,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 februari 2021
20/2828 PW, 20/2829 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
10 juli 2020, 19/2980 en 19/2981 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. de Haan, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft op 17 september 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 5 oktober 2020 heeft mr. De Haan namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant zijn de hoger beroepen ingetrokken omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 17 september 2020 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.068,- in beroep en € 534,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.602,-.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2021.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) K.R. van Renswoude