Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2021:2526

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 oktober 2021
Publicatiedatum
13 oktober 2021
Zaaknummer
20/941 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 58 lid 8 PWArt. 475b RvArt. 475c RvArt. 475d RvArt. 475e Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering AIO wegens ontbreken dringende redenen

Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. Het college van de Sociale verzekeringsbank vorderde een bedrag van €9.738,71 aan te veel betaalde AIO terug, wat bij besluit van 27 februari 2019 werd bevestigd.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, omdat zij op leeftijd is en de schuld haar levenslang zou belasten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dringende redenen in de zin van artikel 58, achtste lid, van de Participatiewet alleen aan de orde zijn bij onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen die uitzonderlijk en bijzonder zijn. De omstandigheden van appellante voldeden hier niet aan. Bovendien wordt de bescherming van de beslagvrije voet bij invordering toegepast.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de te veel betaalde AIO bevestigd.

Uitspraak

20.941 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2020, 19/2111 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: K.M.P. Jacobs
Griffier: J. Oosterveen
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2021. Namens appellante is verschenen mr. M. el Ahmadi, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Participatiewet (PW).
2. Bij besluit van 4 december 2018, na bezwaar gewijzigd bij besluit van 27 februari 2019 (bestreden besluit), heeft het college een bedrag van € 9.738,71 aan te veel betaalde AIOaanvulling van appellante teruggevorderd.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat sprake is van een dringende reden om van terugvordering af te zien. Zij is op leeftijd en zal de rest van haar leven met een schuld zitten.
5. Deze beroepsgrond slaagt niet. Dringende redenen als bedoeld in artikel 58, achtste lid, van de PW doen zich alleen voor als de terugvordering onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen voor de betrokkene heeft. Het moet dan gaan om gevallen waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is. Wat appellante heeft aangevoerd levert geen dringende redenen op. Hierbij is van betekenis dat een besluit tot terugvordering pas financiële gevolgen heeft bij de invordering. Appellante heeft bij de invordering als schuldenaar de bescherming van de regels over de beslagvrije voet die zijn neergelegd in de artikelen 475b tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) J. Oosterveen (getekend) K.M.P. Jacobs