ECLI:NL:CRVB:2021:2544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als medewerkster casino en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 september 2018 juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name haar nek- en rugklachten en psychische problematiek.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen adequaat beoordeeld en er waren geen nieuwe medische gegevens die twijfel aan de juistheid van de FML deden ontstaan. De arbeidsdeskundige had bovendien onderbouwd dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de afwijzing van de WIA-uitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.