ECLI:NL:CRVB:2021:2551
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening bevestigd na verzet
Appellant stelde dat hij de uitspraak van de Raad en de griffierechtnota’s niet had ontvangen, waarna de Raad onderzoek deed naar de verzending. Omdat niet kon worden vastgesteld dat deze documenten waren verzonden, ging de Raad ervan uit dat appellant tijdig verzet had ingediend.
De Raad onderzocht vervolgens of het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Uit de stukken bleek dat de uitspraak van de rechtbank op 10 juli 2019 was verzonden en het hoger beroep pas op 22 augustus 2019 was ingediend, wat te laat was. Appellant gaf geen geldige reden voor deze overschrijding en kon zich ook niet meer herinneren hoe dit was verlopen.
Daarom werd het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 8 oktober 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; het verzet wordt ongegrond verklaard.