ECLI:NL:CRVB:2021:2557

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
15 oktober 2021
Zaaknummer
21/1821 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 23 juni 2021 verzocht om binnen vier weken de gronden alsnog in te dienen. Na het vertrek van de gemachtigde op 9 juli 2021 is appellant opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken gronden te overleggen. Deze termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan.

Op 12 augustus 2021 is appellant bij aangetekende brief nogmaals gewaarschuwd dat bij overschrijding van de termijn het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Ook deze termijn is niet benut. Er zijn geen redenen voor verontschuldiging aangevoerd. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 oktober 2021
21/1821 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
9 april 2021, 19/3717 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Minister van Justitie en Veiligheid

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. T.J.W.M. Stals hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Op grond van artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 23 juni 2021 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Bij brief van 9 juli 2021 heeft mr. T.J.W.M. Stals zich onttrokken als gemachtigde.
Bij brief van 12 juli 2021 is appellant op de hoogte gebracht van de onttrekking van zijn gemachtigde en is hij in de gelegenheid gesteld de gronden van het hoger beroep binnen vier weken in te zenden.
Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 12 augustus 2021 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat bij overschrijding hij er rekening mee moet houden dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2021.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) D. van der Boom
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.