ECLI:NL:CRVB:2021:2557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 23 juni 2021 verzocht om binnen vier weken de gronden alsnog in te dienen. Na het vertrek van de gemachtigde op 9 juli 2021 is appellant opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken gronden te overleggen. Deze termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan.
Op 12 augustus 2021 is appellant bij aangetekende brief nogmaals gewaarschuwd dat bij overschrijding van de termijn het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Ook deze termijn is niet benut. Er zijn geen redenen voor verontschuldiging aangevoerd. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.