Uitspraak
19.2276 PW
OVERWEGINGEN
15 maart 2018 (besluit 1) de bijstand van appellant te herzien over de perioden van
1 november 2016 tot 1 oktober 2017 en van 1 december 2017 tot 1 januari 2018 (perioden in geding) en de over deze perioden gemaakte kosten van bijstand van hem terug te vorderen tot een bedrag van in totaal € 1.735,47 bruto. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door de inkomsten uit gokken en de diverse andere bijschrijvingen op zijn bankrekeningen niet te melden. De bedragen heeft het college aangemerkt als middelen. Het zijn inkomsten in de zin van artikel 32, eerste lid, van de PW.