ECLI:NL:CRVB:2021:2569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijkheid financiële situatie
Appellanten dienden op 10 december 2018 een aanvraag om bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen op 28 januari 2019 werd afgewezen. Deze afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar op 6 juni 2019. De kern van het geschil betreft de schending van de inlichtingenverplichting door appellanten, die geen inzicht hebben verschaft in hun financiële voordelen uit de productie en handel in synthetische drugs.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellant is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij grootschalige productie en handel in synthetische drugs in november 2017. Het college vermoedde op grond van het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim 1,8 miljoen euro dat appellanten beschikten over inkomsten of vermogen uit deze activiteiten.
Omdat appellanten geen openheid van zaken hebben gegeven, kon niet worden vastgesteld of zij in de beoordelingsperiode (10 december 2018 tot 28 januari 2019) bijstandbehoevend waren. Hierdoor is het hoger beroep verworpen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over financiële situatie.