ECLI:NL:CRVB:2021:2571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft tegen het besluit van het UWV bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na zorgvuldige medische beoordeling, waaronder rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige, concludeerde het UWV dat appellant geschikt is voor geselecteerde functies en niet voldoende arbeidsongeschikt is.
De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en het hoger beroep van appellant, waarin hij onder meer stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat relevante medische informatie onvoldoende werd betrokken, is door de Centrale Raad van Beroep afgewezen. De Raad onderschrijft het oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen passend zijn vastgesteld.
De Raad wijst erop dat de klachten deels een psychische component bevatten, maar dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst voldoende zijn vastgesteld. De arbeidsdeskundige heeft overtuigend toegelicht waarom de geselecteerde functies passend zijn binnen de mogelijkheden van appellant.
Het hoger beroep slaagt niet, en de eerdere uitspraken worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een WIA-uitkering bevestigd.